De Faeröer Eilanden - mei 2018

De Faeröer Eilanden - mei 2018

Achttien wonderlijke basaltklompen ergens tussen Schotland, IJsland en Noorwegen, verloren in de Atlantische Oceaan en bewoond door zo’n vijftigduizend afstammelingen van Vikings die ooit deze groene eilanden bevolkten en de archipel z’n naam gaven: de schapeneilanden.

 

De vele uren daglicht in het Scandinavische Noorden brengen ons in verwarring. Het is klokslag zes uur in de ochtend, maar Tórshavn –de hoofdstad van de Faeröer-archipel- baadt in het zonlicht. Geen schemerzon, maar volle bak, alsof het laatvoormiddag aan de Middellandse Zee is. Het is hier eind mei dan ook zowat 21 uur per dag licht. Bovendien ben je wanneer je naar de Faeröer reist mentaal voorbereid op wind, regen en wolken, niet op blauwe lucht en vijftien graden. Dit past niet in het scenario! Maar een reiziger schikt zich, en omdat dagen hier niet begrensd zijn door de klassieke parameters van licht en donker, zitten we om half zeven op een terrasje te genieten van een cappuccino en een verse, nog lauwe kaneelkoek. When in Rome, do as the Romans do. De Faeröer genereerden altijd al een zekere mystiek. De naam wordt meestal verkeerd gespeld, de exacte locatie misplaatst (cartografen vergaten deze eilanden vroeger vaak, en vandaag weten zelfs de vasteland-Denen ze niet liggen), de impact en inhoud misleid. Lost at sea dus. Het is dan ook een delicaat universum van licht en aardse kleuren, een woeste kosmos van weergrillen, vulkanische historiek en basalt. Brutaal pur sang.


Een begenadigde bestemming
Een van de eerste dingen die ons onderweg naar Vágar opvallen, is het feit dat op de Faeröer geen bomen groeien. Alleen fjorden met afgeplatte felgroene heuvels waarop wolken met de toppen spelen, vormen hier het decor. Niet toevallig is ‘Færøyene green’ een verfkleur. We zien overal loslopende schapen, zijn verbaasd over het beperkte verkeer, onder de indruk van het majestueuze landschap en opgelucht dat er eens buiten Tórshavn-centrum geen verkeerslichten meer te bespeuren vallen.  Dat alles hier weer-gedreven is, leren we ook snel. Ter hoogte van Signabøur hebben we onze ruitenwissers nodig, tien kilometer verder in Stykkiö schijnt opnieuw de zon, in Sandavágur hangt een lichte zeemist.  


De waterval van Gásadalur is een van de must see-plekken op de Faeröer. Postkaartromantiek. Buiten twee Aziaten die, letterlijk en figuurlijk gejaagd door de wind, even snel weer vertrokken als ze arriveerden, zijn we er alleen. Wat een luxe. Laatnamiddag bollen we via weg 10 en Funningur richting Gjógv, een ander gehucht dat de Faeröer in al zijn essentie toont: licht dat continu verandert, weer dat je in de maling neemt. Fjorden als wegwijzers, nergens ben je hier verder dan vijf kilometer van de oceaan. In Funningur bezoeken we eerst het kerkje en voelen ons in een ander tijdperk. Na een half uurtje hier rondwandelen, schrik je bijna van je eigen wagen. Van daaruit begint de weg stevig te klimmen om dan via een heuvelrug langgerekt de baai van Gjógv binnen te kronkelen. Hier slaat de branding te pletter tegen de noordkust van het eiland Eysturoy, hier dansen gele boterbloemen in de wind en creëren zo een schilderspalet dat zijn gelijke niet kent. Ook omdat in het dorp niet één kleur is uitgesloten: daken, gevels, raamkozijnen en deuren branden als felle vegen op het doek van de natuur. Een walhalla van rood en groen, zwart, geel en blauw verlevendigt ieder dorp tegen de achtergrond van dreigende rotswanden. “Daar zijn inderdaad geen regels voor, ieder doet zijn zin. Ach, je hebt wat contrast nodig in dit gekke klimaat”, weet de gastheer van hotel Gjáargardur, die het zelf op een soort lookalike Oostenrijks chalet heeft gehouden. En de man heeft zo zijn principes. Willen we nog wat eten, zal het vóór 19 uur moeten zijn. Onze horloge wijst tien voor zeven aan. Maar omdat er in dit gehucht geen alternatieven zijn, vergeten we de geplande douche en schuiven we meteen aan voor de dagschotel van gepaneerde vis met gekookte aardappel en een slaatje met appelsien. Na de maaltijd springen we terug de wagen in en rijden de berg op richting Eidi. Op het hoogste punt parkeren we de wagen en trekken de velden in. We lopen in de richting van een traag duikende zon en genieten van de uitzichten, het licht, de venijnige zilte wind die door alle kledinglaagjes heen prikt en de eenzaamheid van deze desolate plek. En van een glaasje rode wijn dat we meegebracht hebben. Vol licht, volle sfeer.


De laatste persoon op aarde
We openen de gordijnen in guesthouse Gjáargardur en worden alweer verblind door zonlicht. In vol tegenlicht wappert de Faeröerse banier boven een turfveldje waarop aardappelen worden geteeld, een van de weinige gewassen die hier überhaupt overleven. Want is het niet de wind die plantengroei belemmert, dan zijn het wel de schapen die alles boven enkelhoogte afvreten.
(…)


Lees de volledige reisreportage online op www.55noord.be of bestel het gratis tijdschrift.
55 °/N is een inspiratiebron voor alle reizen boven 55° noorderbreedte. Dit magazine is een concept van reisjournalist-fotograaf Gerrit Op de Beeck en wordt exclusief voor NORTH & AWAY gemaakt.